Vele vormen van perkamenten banden

Tijdens een restauratieproject aan een aantal perkamenten banden van de Magistraatsbibliotheek uit het Gemeentearchief Venlo troffen we een boekblok waarvan de band ontbrak. Om het boekblok te beschermen, had het een nieuwe band nodig. Hierop ontstond de vraag: welke band? Wordt er gekozen voor een conserveringband, een band van moderne en duurzame materialen die makkelijk kan worden verwijderd of is het meer gepast om een historisch geïnspireerde band te maken die lijkt op wat het boekje eerder heeft gehad en beter past binnen de collectie?

Een blog door Ellen van Heteren op basis van onderzoek tijdens haar stage bij RNA.

Het betreft een bescheiden uitgave (15,7 x 10 x 3,5 cm) van het Bloem-hof der Kerckelicker Cerimonien door P. Johannes David, dat in 1607 te Antwerpen werd uitgegeven bij Joachim Trognaesius (Gemeente Archief Venlo, 432B10). Om de beste keuze te maken zijn de perkamenten banden uit deze collectie die in het atelier zijn voor restauratie onder de loep genomen, hoewel bij dit boek ook niet uitgesloten kon worden dat het ooit omhuld werd door een leren band. Perkamenten banden zijn vaker de inspiratie zijn geweest voor conserveringsbanden (bijvoorbeeld door Christopher Clarkson), omdat ze om een boekblok kunnen worden geplaatst zonder of met weinig lijm en later makkelijk kunnen worden verwijderd. Vanwege deze constructievoordelen en de context van de collectie is daarom toch gekozen om te keren naar de perkamenten banden.

Deze blogpost geeft een overzicht van de verschillende kenmerken van perkamenten banden: de bindmethode, de materialen gebruikt voor het omslag, de platten en de constructie van de plataanhang of aanhechting aan het omslag. De variëteit aan constructies zullen worden geplaatst in een korte chronologie van perkamenten banden die we aantreffen in de Lage Landen (uiteraard hebben deze constructievormen ook naast elkaar bestaan).  Door verschillende pogingen om een nieuwe band voor het Bloem-hof te maken, zal vervolgens worden gedemonstreerd hoe kleine constructieverschillen grote invloed hebben op de eindvorm.

Verschillende perkamenten boekbanden

Perkamenten omslag
(kopert of limp vellum binding)

Dit onderdeel van de collectie laat vier voorbeelden zien van het perkamenten omslag (afbeelding 1), afkomstig uit de tweede helft van de zestiende en vroege zeventiende eeuw. Alle vier zijn kleiner formaat en lijken op eerste gezicht vrij op elkaar. Toch zijn ze alle vier verschillend. Het eerste relevante verschil is de wijze waarop de boekblokken zijn verbonden met de perkamenten omslagen: twee zijn verbonden met doorgehaalde bindingen van (aluin gelooid) leer, de andere twee door doorgehaalde kapitaalkernen van aluin gelooid leer (afbeelding 2). Hier zien we een eerste voorbeeld van een ontwikkeling richting de spitselband, waar gedurende de zeventiende eeuw steeds meer banden op zullen lijken. Het bandje rechtsonder op afbeelding 2 is gebonden op dubbele bindingen, waarvan de een is afgesneden op de breedte van het boekblok en de ander is gebruikt voor de aanrijging van het omslag. In drie van de bandjes is de verbinding met het omslag verstevigd met een aangeplakt dekblad en bij een ook met de toevoeging van een perkamenten oor.

Net-niet-spitselband: een variëteit aan aangeregen banden (laced-case bindings)

De volgende banden zijn voorbeelden van laced-case bindings, voornamelijk afkomstig uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Ze worden gekenmerkt door kartonnen platten die niet zijn aangeregen, maar los zitten in de perkamenten bekleding. De constructie is meer uitgevoerd dan bij de perkamenten omslagen; de aanhang van het boekblok aan de band bestaat uit meerdere onderdelen, bijvoorbeeld ondersteund door aangeplakt rugbeleg, oren, of dekbladen (afbeelding 3). Dit zal mede nodig zijn vanwege het formaat van deze banden, voornamelijk quarto’s, die grotere boekblokken dienen te beschermen dan de perkamenten omslagen. Al deze banden hebben verschillende constructies en verbinding met de band. Om een eindeloze opsomming te voorkomen, worden enkele kenmerken besproken die deze banden net-niet-spitselbanden maken.

Bindingen

In deze groep zijn verschillende bindingen te vinden. De bindingen zijn gemaakt van leer of aluin gelooid leer. De band met leren bindingen (afbeelding 4) is een interessante, omdat het een goed voorbeeld is van een ontwikkeling die werd beschreven door Constant Lem in Dirck de bray und das Kort Onderweijs van het boeckenbinden […]. Met de toevoeging van kartonnen platten in de perkamenten banden is de spanning van de openingshoek volledig geconcentreerd op het scharnier, waar het eerst werd verdeeld over een groter oppervlak van het omslag. Het leer zou niet stevig genoeg zijn om de opening van het boek langdurig te ondersteunen.

In deze de collectie bevindt zich slechts één perkamenten omslag op leren bindingen en één net-niet-spitselband op leren bindingen, maar anekdotisch is het opvallend dat de bindingen van de eerste volledig intact zijn, terwijl die van de tweede allemaal zijn gebroken. De andere bindingen zijn allemaal enkele of dubbele stroken aluin gelooid leer, waarvan een is afgesneden op breedte van het boekblok en de ander is gebruikt voor de aanhechting tot de band, zoals erg begint te lijken op de typische bandaanhechting van de spitselband (afbeelding 5).

Kapjes

Hoewel enkele van deze boeken hebben geleden onder waterschade en het perkament is vervormd, zijn in sommige exemplaren voorbeelden te vinden van het gestuikte kapje dat typerend zal worden voor de spitselband (afbeelding 6). Hierbij is het kapje geplat en een beetje naar buiten geduwd over een onderliggend deukje in de rug.

Spitselband

De spitselband is hier een specifieke soort aangeregen band, die vooral in de Lage Landen veel voorkomt vanaf circa de zestiende tot en met de twintigste eeuw. De vroegste beschrijving van de constructie is door De Bray in 1658. De spitselband is een boekblok gebonden twee op elkaar liggende perkamenten bindingen, de rug overlijmd met warme lijm of stijfsel met rugbeleg van perkament of textiel. Het boekblok is bestoken met een kapitaal met een aangeregen perkamenten kern. De uiteinden van de perkamenten bindingen zijn in tweeën gesplitst; het dunne deel, de ‘spitsel’, is door het omslag geregen en geplakt op de binnenkant van het plat. Het bredere deel wordt slechts aangeplakt op het plat of wordt afgesneden op de breedte van de rug (afbeelding 7). De spitsel wordt dus niet door het plat geregen, maar alleen door de bekleding. Het kapje heeft zijn karakteristieke gestuikte vorm.

Hoewel dit een vrij specifieke constructie is, heb ik hier 9 banden uit een groepje van 26 op mijn bureau liggen die allemaal dezelfde gestandaardiseerde eigenschappen hebben. Afbeelding 8 is een van deze banden, die door het gebroken scharnier en verloren rugbekleding goed laat zien hoe de constructie van een spitselband in elkaar steekt. Er is dan ook vrij weinig variëteit in de constructie van deze banden. De verschillen zitten in bijvoorbeeld de samenstelling van de schutbladkaternen en dekbladen. 7 van de spitselbanden hebben ook een uitstekende omgezette rand langs de voorsnede (vanaf de negentiende eeuw ook wel ‘yapp’ vernoemd naar William Yapp). De meeste zijn afkomstig uit de tweede helft van de zeventiende eeuw, hoewel de oudste is gedrukt in 1564.

Band met vaste rug

De laatste variant is volledig anders dan alle banden die hierboven zijn besproken. De varianten hierboven hebben gemeen dat de bandbekleding is aangeregen met de bindingen van het boekblok, maar dat eventuele platten zelf niet met de bindinguiteinden doorgeregen zijn. De perkament band met vaste rug wijkt hiervan af en heeft dan ook meer weg van een leren band met opstaande ribben. De touwen bindingen bij dit soort perkamenten banden zijn hier vaak geprononceerd op de rug en de uiteinden zijn regelmatig wel door de platten geregen. Het meest kenmerkende is dat de perkamenten bekleding vastgelijmd wordt op de rug van het boekblok (en platten).

Terug naar het Bloem-hof

Nu de verschillende banden die voorkomen in deze collectie beter zijn bestudeerd, wordt nog een blik geworpen op het Bloem-hof. De constructie van dit boekblok en de restanten van de verbinding met de verloren band passen wellicht in een van de bovengenoemde overkoepelende groepen.

Deze druk komt uit 1607 en is gebonden op drie posities van dubbele touwen. De rug is overlijmd en rondgezet, maar er zijn geen restanten van rugbeleg te zien. Wel zijn er restanten van een aangenaaid kapitaal (afbeelding 9). Om de eerste en laatste katernen zaten schutbladen geslagen (afbeelding 10), bestaande uit een enkelblad (rood, alleen aan voorzijde), een dubbelblad (groen) en een perkamenten oor van een manuscript, waarvan alleen de kimmen overgebleven zijn (blauw). Het boekblok heeft vrijwel geen schouders.

Door het materiaal van de bindingen kan worden uitgesloten dat dit boek een spitselband heeft gehad. Omdat de rug geen rugbeleg heeft en verder ook vrij schoon is, lijkt me onwaarschijnlijk dat het een band met vaste rug heeft gehad. Aangeregen platten liggen niet voor de hand vanwege de afwezigheid van duidelijke kneepschouders. Zoals eerder genoemd, kan niet worden uitgesloten dat er een leren band om heeft gezeten. Wat overblijft is een perkamenten band, met of zonder ingeschoven platten, waarvan de kapitaalkern door het perkament was geregen en het oor en/of de schutbladen waren verlijmd met de band.

Een eerste poging

We kozen voor een perkamenten omslag, zo veel mogelijk volgens oude methoden met waar nodig moderne materialen. De reconstructie bevat de volgende onderdelen:

  • Voor- en achterin zijn nieuwe schutbladkaternen van handgeschept papier aangenaaid. Dit komt niet overeen met de originele constructie, maar het houdt de restanten van de oude schutbladen intact en daarnaast biedt het een mogelijkheid voor een verbinding met het omslag.
  • De bindingen zijn verlengd door een lint van gevlochten katoen om de oude bindingen te naaien. Dit voegt zeer weinig volume toe aan de bindingen maar is tegelijk erg sterk.
  • De nieuwe kapitalen zijn aangenaaid om kernen van gevlochten katoen.
  • Het rugbeleg bestaat uit Japans papier en aerokatoen met stijfsel.
  • Het perkamenten omslag is verbonden aan het boekblok door aanrijging van de kapitaalkernen en de verlengde bindingen.

Na de aanrijging van het boekblok aan de nieuwe band komen direct een aantal nadelen van deze constructie aan het licht. Ten eerste trekt het omslag aan de bindingen, kapitaalkernen en naaigaren, zelfs als het boek is gesloten, door de positie waar de bindingen door het omslag zijn gehaald. Dit heeft als gevolg dat het boekblok niet helemaal in het omslag valt. Daarnaast trekt het omslag de rug van het boekblok recht of zelfs hol, ook al zijn zowel de rug als het omslag rondgezet, en worden de kapitalen van het boekblok getrokken. Afbeelding 11 laat zien hoe het kapitaal na enkele keer openen al verplaatst. Afbeelding 12 is een voorbeeld van dergelijke schade uit de collectie. Bij meerdere boeken waren de kapitalen van de kop en staart getrokken waarbij de katernruggen zijn beschadigd.

Twee andere problemen met deze reconstructie zijn dat de verlengde bindingen niet genoeg grip hebben om het boekblok op de juiste positie in de band te houden en dat de inslagen blijven haken aan de schutbladen.

Een verbeterde tweede versie

Na reflectie van het resultaat besloot ik om een tweede poging te wagen, waarbij ik de constructie aanpaste om de eerdere problemen te verhelpen. De kapitaalkernen zijn afgesneden ter breedte van de rug en niet door het omslag geregen, zodat de katernen niet van het boekblok wordt getrokken bij opening van het boek (afbeelding 13). De verlengde bindingen zijn omhulst met aluingelooid leer om meer stevigheid en wrijving te bieden en bovendien past dit uiterlijk beter bij de overige banden in de collectie. De positie van de doorrijging is verder van de rug af geplaatst, waardoor de boekblokrug beter in zijn geronde vorm blijft (afbeelding 14). Tot slot heb ik de dekbladen aangeplakt, wat het scharnier van het omslag dichter bij het boekblok houdt en daarmee de spanning van het openen gedeeltelijk wegneemt van de bindingen en naaigaren (afbeelding 15).

Het resultaat is een duurzame conserveringsomslag voor het Bloem-Hof gebaseerd op historische kenmerken perkamenten banden aangetroffen in de collectie. Het boek is nu weer veilig bewaard en goed raadpleegbaar.

Bibliografie

Clarkson, Christopher. 1975. ‘Limp Vellum Binding and Its Potential as a Conservation Type Structure for the Rebinding of Early Printed Books’. In ICOM Committee for Conservation 4th Triennial Meeting Venice Italy 13-18 October 1975. Venice.

Gemeentearchief Venlo, Magistraatsbibliotheek, inv. nr. 432B10: P. Ioannem David priester der societeyt IESV, Bloem-hof der kerckelcker cerimonien, item den christeicken huyshouder met eene spongie der quader seden (T. Handtwerpen by Joachim Trognaesius, MDCVII (1607)).

Gnirrep, W.K., J.P. Gumbert en J.A. Szirmai, Kneep en binding. Een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden. Den Haag: KB, 1992.

Goddijn, Peter. 2001. Westerse Boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot Heden. Een handleiding voor het maken van boekmodellen. Amsterdam: De Buitenkant.

Lem, Constant. 2014. ‘Dirck de Bray Und Das Kort Onderweijs van Het Boeckenbinden: Der Pargamenteinband Mit Hohlem Rücken Swischen Kopert Und Deckeleinband’. Einband Forschung (Berlin) 35: 41–52.